Oude liefde roest niet

Het is allemaal de schuld van Royal Boch.

Vanaf mijn elfde begon het. Een kriebel. Of eigenlijk: het begon met een knal.

Mijn ouders hadden een servieskast. Ik weet niet meer precies welk servies daarin stond, maar ik herinner me nog wel die nacht dat ik dacht dat er een auto door ons woonkamerraam was gevlogen. Het bleek een geknapte plank te zijn.

De verzekeringsmeneer kwam, zag en besloot dat de kast de schuldige was. Er kwam een vergoeding. En een nieuw servies. Het werd Royal Boch. Iets met bloemen. Ik was een jaar of elf en raakte totaal gebiologeerd door dat servies. Dinerborden. Dessertborden. Ontbijtborden. Saucières en een soupière.
Alles was chic de friemel, om er maar eens even een woordgrap in te gooien.

Na schooltijd opende ik regelmatig stiekem de houten deuren en keek vol bewondering. Prachtig vond ik het. Het trouwbestek. Het kristal. Servetringen! Ik streelde de ramekins. Liefkoosde de theepot. Maar meer kon ik er niet mee.

Totdat er op een dag een collega kwam eten. Een Engelsman. Helemaal uit Engeland! Mijn kinderbrein sloeg op hol. ‘Mag ik de tafel dekken?’
Zo begon het. Ik koos het tafellinnen. Leerde servetten vouwen. En plukte in de tuin een takje groen voor in het kristallen vaasje. Of nam ik toch die hoge?

Na de middelbare school kwam de beroepskeuzetest. Ik wilde journalist of schrijver worden, maar een creatief beroep werd niet gewaardeerd. Het werd uiteindelijk de Hotelschool. Tussen een klas vol ‘geloofsgenoten’ – de een ging voor plating (het opmaken van borden) en de ander voor het indekken van de tafels -, zochten we onze weg. Waren we van de ‘witte’ of de ‘zwarte’ brigade? Kozen we voor de keuken of de bediening?

Ik leerde koken. Proeven. Durven. Maar het leukst vond ik het vak menuleer. Wat kon wél bij elkaar en wat absoluut niet. Truffelkaas met kerriechutney? Mijn hemel! Een dikke, vette nee. En welk bestek hoorde bij een gerecht met een ‘ja’? Wat is een guéridon? En hoe snijd je een wortel en brunoise?
Ik zoog alle kennis op. Sponge-Bob was er niets bij. Nog steeds kan ik extatisch worden van een prachtige set porte couteaux of een cabaret.
Ik hoop die passie met jullie hier te mogen delen. En heel misschien zien jullie tussen al die prachtige spullen een glimp van dat elfjarige meisje dat met grote ogen naar dat bloemenservies staart.